07-12-06

Onder De Loep- geschiedenis van de Buurtspoorwegen 1

 

De Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen, afkorting NMVB, of in het Frans: Société Nationale des Chemins de Fer Vicinaux, afkorting SNCV, was een nationaal streekvervoerbedrijf in Belgie, opgericht op 29 mei 1894.

 

 De Tramlijnen

De NMVB had de taak om tramwegen aan te leggen in de gebieden die niet per trein bereikbaar waren. Het was in juli van het jaar 1885 dat het eerste tramtraject, tussen Oostende en Nieuwpoort, geopend werd. Dit baanvak wordt vandaag de dag nog steeds bereden door de kusttram.

Oorspronkelijk werd stoomtractie gebruikt, maar al snel begon NMVB met het elektrificeren van haar net. Brussel (Rouppeplein) – Kleine Hut werd eerste lijn met elektrische tractie. Vlak voor WO I beschikte de NMVB over 200 km spoor met elektrische tractie (en het totale NMVB net bestreek in totaal een lengte van 4000 km).

In 1910 lag er al 3786 kilometer tramspoor. Het hoogtepunt was in 1925, toen het NMVB-net 5200 kilometer lang was. In de periode die daarop volgde kreeg de NMVB concurrentie, vele particuliere busbedrijfjes schoten als paddestoelen uit de grond. Toch werd er nog steeds in het tramnet geïnvesteerd, vooral in de elektrificatie ervan. Tegen 1938 was er 1500 km tramlijn met elektrische tractie. Op de niet-geelektricifeerde lijnen werd na afschaffing van stoomtractie met dieseltrams gereden.

Het tramnet kromp van 4769 km in 1945 naar 4236 km in 1950, in 1960 was het al teruggelopen tot 978 km, in 1965 was er nog maar 582 km in gebruik. De laatste streektrams die in Vlaanderen werden opgeheven waren Brussel – Wemmel en Brussel – Grimbergen in 1978.

 

 Drie jaar geleden waren er festiviteiten in Humbeek ter ere van den boerentram die daar werd afgeschaft, 25 jaar geleden.  

Tien jaar stond tram SE 9104 in weer en wind te verkommeren maar hij werd in zijn oude glorie hersteld.

Deze tram, die ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling in 1958 was gemaakt, was een van de laatste rijtuigen die het traject aflegde, voor hij als kusttram de extra diensten verzekerde. Later werd in het tramstel nog een bar en eetgelegenheid ingericht aan de rollerskatebaan in Waver.

In 1980 lag er in België nog maar 205 kilometer tramspoor voor de 'boerentram'. Altijd nog veel meer dan in Nederland, waar in 1966 de laatste streektram tussen Spijkenisse en Hellevoetsluis reed.

 

De Buslijnen

Door de Buurtspoorwegen werden ook bussen geexploiteerd. Met de wet van 11 augustus 1924 kreeg de maatschappij recht om de buslijnen te exploiteren, maar dan alleen als aanvulling of vervanging van tramlijnen. In 1931 pas kreeg NMVB definitieve toelating voor de busuitbating.

De lengte van de NMVB-buslijnen groeide snel (449 km in 1945, 2037 km in 1950, 11.000 km in 1965 en 17.250 km in 1980).

Behalve stoom-, diesel- en elektrische trams en de bussen had de NMVB ook voor enige tijd trolleybussen (in Luik) in dienst. Andere Belgische trolleybussen, in Brussel en Antwerpen, werden niet door NMVB, maar door lokale stadsmaatschappijen uitgebaat. (bv de MIVA in Antwerpen)

Op 1 september 1977 gingen de streekbussen, die tot dan toe geëxploiteerd werden door de NMBS, naar de NMVB.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1991 is de NMVB opgesplitst in een Vlaams en een Waals deel. Deze gingen ieder onder het gezag van de gewesten vallen, en gingen onder een eigen naam (De Lijn- Vlaamse Vervoersmaatschappij en TEC- SWRT) verder.

 

Lijst van alle door de NMVB uitgebate tramlijnen in Belgie

 

Zo dat was t voor dit gedeelte, volgende keer meer!

 

Groeten,

busje

15:18 Gepost door busje_33 & trammeke in Geschiedenis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: geschiedenis de lijn, geschiedenis buurtspoorwegen, nmvb |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.